Wet

De wet- en regelgeving voor het taxivervoer en daarmee ook het rolstoelvervoer is vastgelegd in de Regeling Voertuigen 2009 en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). In de Regeling Voertuigen zijn verschillende eisen voor het vervoeren van rolstoelpassagiers beschreven. Bijvoorbeeld die waaraan de vloerconstructie en de vastzetsystemen van iedere rolstoelbus moeten voldoen. Daarnaast staan ook de eisen rond liftinstallaties, noodhamers én de vastzetplicht van bagage hierin omschreven.

In artikel 59 van het RVV is de regelgeving vastgelegd over het gordelgebruik. In dit artikel staat dat iedere chauffeur verantwoordelijk is voor het op de juiste wijze dragen van de veiligheidsgordels door rolstoelpassagiers. De chauffeur is ook verantwoordelijk voor het goed vastzetten van de rolstoel. Bovendien is het voor hem of haar verplicht om ervoor te zorgen dat er geen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan door losliggende voorwerpen. In de praktijk betekent dit, dat de chauffeur kan beslissen om bepaalde ritten niet te kunnen en mogen uitvoeren.

U hoeft als passagier geen gordel te dragen als u in het bezit bent van een ontheffing. Deze ontheffing kan worden aangevraagd bij het CBR. Heeft u geen geldige ontheffing voor het dragen van een veiligheidsgordel, dan is de enige keuze het dragen van de veiligheidsgordel. Doet u dit niet, dan is de chauffeur verplicht om het uitvoeren van de rit te weigeren.

Wanneer u de gordel niet draagt, krijgt de chauffeur een bekeuring. Als er iets gebeurt, is de chauffeur namelijk verantwoordelijk voor uw letsel. Het lijkt onaardig, maar ons advies is altijd: geef de passagier de keuze. U draagt de veiligheidsgordel op de juiste manier of u blijft thuis. Dit komt omdat wij u tientallen voorbeelden kunnen geven waarbij het helaas is misgegaan en in zo’n geval zijn er alleen maar verliezers.

Naar Boven ^